Filos Van samen denken word je wijzer

ervaringen, geheugen en identiteit

Wat is iemands identiteit en het ontstaat het? Is er een relatie tussen ervaringen, geheugen en identiteit. Een eerste gedachte is dan: je zou zeggen van wel. Onze ervaringen maken we zijn en hoe we de wereld beschouwen. Uiteraard speelt ook onze verschijning een rol; groot of klein, globale leeftijd, sekse en lichaamsbouw. Deze zijn natuurlijk ook weer bepalend voor de ervaringen die we hebben en de wijze waarop anderen (terecht of onterecht) ons bejegenen.
Is identiteit is van jezelf of is dat iets wat een ander aan je toekent? Als het om de eigen ervaringen en de herinningen daarvan gaat, dan is dat de identiteit voor ons zelf, niemand kent die herinneringen en zeker niet tot in detail. Het is overigens maar de vraag of we ons eigen ervaringen en herinneringen tot in detail kennen. Ons geheugen is zeker niet feilloos en deze is vast gevuld met hiaten (gaten).

Laten we om te beginnen een onderscheid maken tussen de eigen identiteit die iemand zelf ervaart en de identiteit zoals deze door anderen gezien wordt. Deze laatste leggen we (even) naast ons neer.
De eigen identiteit, die ieder van zichzelf rust voor een belangrijk deel op ons autografisch geheugen: ze bestaat uit een persoonlijk episodisch verhaal - een op eenschakeling van gebeurtenissen die we onthouden (of niet), of die ons verteld zijn. Het bevat ook informatie over de tijd en plaats waarin het allemaal heeft plaatsgevonden. En sommige plaatsen hebben zelf een emotionele lading gekregen omdat er iets vervelends of iets heel leuks gebeurd it. Je zou het een hele stapel foto’s kunnen noemen en het verhaal dat al die foto’s aan elkaar verbindt.

Toch is dat niet het enige wat meespeelt: we hebben niet alleen een geheugen voor gebeurtenissen, maar ook een geheugen voor kennis, we hebben een spiergeheugen en een geheugen voor geuren. En dit is alles is vaak niet bewust aanwezig, we vergeten dingen en we bedenken er dingen bij. Je zou bijna kunnen zeggen dat er een hoge mate van fictie in besloten ligt. Waarbij de hele constructie onbewust en zonder intentie plaatst vindt.

Het leuke is dat we allemaal weten dat we door de tijd (door de jaren heen) veranderen. En dat we ook van standpunt veranderen en dat dat we waarderen in onszelf, in anderen en in de wereld verandert ook. Toch bouwen we hier een eenheid van. Tijd en plaats spelen ook hierbij een belangrijke rol. En dat is maar goed ook; we mogen van standpunt veranderen en soms willen we dat ook vergeten. Als we ons eigen verhaal vertellen, kunnen we daarover zwijgen. Internet maakt het wellicht wat moeilijk om te zwijgen, alles wordt bewaard.

Je zou kunnen zeggen dat de gebeurtenissen in een mensenleven iets willekeurigs hebben, maar omdat ze van één individu zijn, ze toch een eenheid hebben, een geheel dat uniek is voor één persoon. Niemand heeft dezelfde ervaringen en gebeurtenissen. En de persoonlijke geschiedenis (die identiteit) maakt ook weer dat ieder op zijn eigen manier een gebeurtenis beleeft. Een identiteit is dus heel uniek. Waarbij we ons zelfs kunnen afvragen of we die specifieke identiteit wel kunnen kennen.

Het bijzondere is eigenlijk onze eigen identiteit voor ieder van ons vooral een mentaal fenomeen is, wat we kunnen delen en/of verzwijgen. Dit eigene is echter nooit zichtbaar voor ieder ander. Zoals we de ander beschouwen, zo kunnen we nooit onszelf beschouwen en zoals we onszelf beschouwen zo kunnen we nooit een ander beschouwen. Ik ben net als iedereen een mens, maar niemand kan mij beschouwen zoals ik mijzelf beschouw. En det geldt voor iedereen. Iedere ander is vooral een fysieke verschijning die kan verhalen of zijn of haar leven en overtuigingen en waar ik ervaringen mee kan delen, maar ik verschijn voor mijzelf vooral als een mentale verschijning.

John Locke beschrijft de mens als een onbeschreven blad en alles wat je erop zet, via ervaringen, maakt wat die mens is en worden zal. Ook bij Spinoza zien we een soort optelsom van ervaringen (aandoeningen) die maken dat iedere mens op unieke wijze op nieuwe aandoeningen reageert. Worden we nu louter gevormd door onze ervaringen? Is onze identiteit het gevolg van nurture (al of niet gepland / gewenst) of speelt aanleg hierbij ook nog een rol? Onze verschijning is van invloed op de wijze waarop andere ons bejegenen. Onze ervaringen maken dat we dingen op een bepaalde manier interpreteren, duiden en/of verwachten.

Dit alles klinkt wel enigszins fatalistisch, kunnen we nog wel invloed uitoefenen op wie we zijn? Deels wel, denk ik, we kunnen immers blij zijn met wat we doen, of juist niet bij, maar het is veel moeilijker om de gebeurtenissen om ons heen, in eigen hand te houden. Ook hebben we niet volledig in de hand hoe anderen op ons reageren. De identiteit wordt gevormd in een wereld tussen andere mensen en dat alles in een wisselwerking. We voelen ons ergens thuis - of niet -, we voelen ons in- of juist buitengesloten. Alles is van invloed op het verhaal van ons zijn. Sommige dingen willen we vergeten en sommige dingen kunnen we maar niet onthouden. En dat hele pakket vormt een identiteit die we als geheel maar nauwelijks kunnen kennen. Zelfkennis krijgt zo een heel bijzondere vorm. In hoeverre kennen we alles wat deel is aan het eigen zijn, aan de identiteit? Kunnen we wel een volledig beeld van onszelf krijgen? En is dat erg?

Het beeld dat geven aan anderen kan ook nog eens heel erg variëren. Je zou kunnen zeggen dat we in verschillende situaties een rol spelen. Als echtgeno(o)t(e) zijn we anders dan op ons werk, als kind weer anders dan als ouder. In iedere levensfase spelen we meerdere rollen. We laten dus altijd maar een klein stukje aan de wereld zien. De ander (her)kent ons aan onze uiterlijke verschijning en in de rol van het moment. Zo kan het gebeuren dat je iemand in een andere context niet herkent of je zelfs afvraagt ‘waar ken ik die persoon ook al weer van’. We zijn niet alleen voor onszelf tijd en plaats bepaald de ander is dat ook voor ons.

De enige constante factor zijn we zijn, of toch op zijn minst dat wat we als ‘zelf’ ervaren. Een ik reist door de tijd en maakt alles mee, en hoewel die ik niet constant hetzelfde is, sterker nog: altijd verandert is het de constante factor in de ervaringen en gebeurtenissen.

Dit beeld van identiteit problematiseert het niet. We hebben het niet over gespleten persoonlijkheden, jezelf worden of bij jezelf bijven. Het is een ontwikkeling in tijd en ruimte die nooit af is en die constant verandert. Het is narratief - verhalend. We schrijven het terwijl we leven. Je kunt je dan nog afvragen met wie je in gesprek gaat, als je met jezelf in gesprek bent, maar je kunt bedenken dat je je dat ook zelf bent. Het praten met en in jezelf is dus wezenlijk anders anders dan het praten met een ander. Je spreekt, wanneer je met jezelf in gesprek bent, met iemand die identiek is aan jezelf, in het tweede geval - het gepprek met de ander - spreek je met iemand die wezenlijk van je verschilt. Het gesprek met jezelf is een gesprek met een vorm van verbeelding, het gesprek met de ander gaat je verbeelding te buiten. Je kunt je bij het gesprek met een ander wel weer afvragen of je de ander goed begrijpt.

Het verlies van herinneringen (geheugenverlies) zorgt net zo goed voor veranderingen in de identiteit als het opdoen van nieuwe ervaringen en beide hebben we maar tot in beperkte mate in de hand. Sommige dingen willen we vergeten - maar dat lukt niet - en als we het vergeten zijn, dan weten we het niet meer. De ervaring blijft een ervaring.
Comments

We plaatsen cookies, zo min mogelijk en geanonimiseerd.