Filos Verslag

Arendt

Over geweld

Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen, geweld is een lastig thema in de filosofie. Even op kleine schaal: ik ben gewelddadig zodra ik - bewust of onbewust - een ander mens in zijn haar mens-zijn beperk. Ik hoef dat niet te beperken tot mens-zijn, dat geldt wellicht voor alles wat bestaat. Tegelijkertijd ontstaat dan ook de vraag, hoe te reageren op dat geweld. Kant vond dat de Franse burgers onrecht werd aangedaan, ze werden onderdrukt, ze hadden geen vrijheid van spreken en namen geen deel aan het besturen van zichzelf. Hij vond het dus gerechtvaardigd dat ze voor zichzelf op kwamen. Hij zag ook dat dit niet geweldloos kon, ze hadden letterlijk geen recht van spreken en wat doe je dan? Wanneer is geweld gerechtvaardigd en wanneer niet (meer)?

Maar even terug naar de kleine schaal, even zoals Levinas dat beziet, tussen mensen: De ander gaat mij (als ik hem ervaar) te buiten. Ik kan hem niet vatten noch in handelen noch in denken. Iedere poging hiertoe vernietigt de ander, doet de ander geweld aan. Hij zegt dat we de ander niet kunnen kennen, niet kunnen weten wie die ander is. Hoewel ik met Frank samenleef, en zelfs getrouwd ben, ik ken hem niet, en zodra ik zeg “Frank is … “ en ik vul iets in op die puntjes, doe ik hem geweld aan, ik doe hem te kort. Want hij is meer dan dat, ik kan hem verkeerd begrijpen, en ga zo maar door. Dat dit ernstig mis kan gaan toont menig relatie, zeker zodra iemand wil dat de ander verandert, of geen oog heeft voor wie die ander is zoals die is, met alles wat we fijn en niet vinden.

Bij Verhoeven zien we iets soort gelijkt terug, bij hem gaat het echter niet alleen om de mens, maar om alles wat is. Verhoeven ziet zich dan ook min of meer genoodzaakt om zich te blijven verwonderen. Hij bedenk zich namelijk dat zelfs het denken gewelddadig kan zijn. Waneer we ergens betekenis aan geven en uit het oog verliezen dat het ook iets anders kan zijn, doen we dat iets al geweld aan. En dus probeert Verhoeven zelfs het betekenis geven op te schorten. Hij wil zich blijven verwonderen.

Het ongemak wordt al duidelijk, het concept is eigenlijk zelf een vorm van geweld: op deze manier kan niemand dan bestaan, zonder gewelddadig te zijn. Het brood dat we eten vraagt erom het graan geweld aan te doen. Eerst om het te oogsten en dan om het tussen de stenen te vermalen. En laten we wel weten: als dat niet gewelddadig is. We ontnemen het graan de mogelijkheid om dat te doen wat graan goed kan, namelijk vrucht dragen. Maar ja, als we dat goed bekijken, dan zal ook daarvoor het graan zelf moeten sterven. Nu is wellicht sterven iets anders dan geweld, dat is namelijk een ander beperken, stoppen of remmen. Graan kan ook heel goed brood worden, dus daarmee creëren we voor het graan ook een kans. Maar ja, wat is het summum van het graan?

Met dit summum komen we bij Aristoteles uit. Hij zocht naar dat wat het optimale is voor het iets in een specifieke omgeving: voor het graan, voor de mens, voor de molenstenen, voor de bakker, voor de molenaar, voor de boer, voor het land, en ga zo maar door. Het interessante is dan dat je dan anders naar dat graan gaat kijken, namelijk naar zijn context. Als we alle graan omzetten in brood, kunnen we nooit meer graan krijgen, als we geen graan omzetten in brood en alles uitzaaien, krijgen we een aardbol vol met graanvelden en honger. Aristoteles zocht dus naar het juiste midden. We zijn dus altijd een beetje gewelddadig, maar het liefst zo min mogelijk. Te veel brood is gewelddadig, te weinig brood ook. Als je het goed doen, dan blijft alles zo dicht mogelijk bij het optimale en is het geweld het kleinst.

Ook Verhoeven zocht naar een werkbaardere omschrijving. En in deze omschrijving houdt hij het bij zichzelf: Geweld is alles wat groter is dan ik ben. Persoonlijk vind ik deze omschrijving erg leuk, er zijn namelijk twee kanten: degene die iets ondergaat en het gene dat erop in werkt. Door zelf weerbaarder te worden, kan iemand meer geweld verdragen. Ik zie hier wel een raar kantje aan zitten: om weerbaarder te worden is geweld nodig, zei het in de juiste dosering. Zodra ik er aan ten onder ga, was het geweld te groot. Op deze manier is het te begrijpen dat mensen een trauma kunnen ervaren als groei en als het vergroten van het incasseringsvermogen. Nietzsche zei al zoiets als dat wat mij niet dood maakt me sterker. Persoonlijk zie ik tegenslagen in een soortgelijk perspectief, namelijk als wat kan ik dragen.

Geweld als het aan banden leggen van de ander, ook dat doen we zodra we leven. Ik leidt hier een gesprek en als ik dat goed doe, dan zal niemand dat als onplezierig ervaren, en ik hoop al helemaal dat ik niet als geweldig wordt ervaren. Ik heb immers ook de taak om Filos als filosofisch cafe te laten bestaan. Toch ben ik mij bewust van het geweld dat hierin kan ontstaan. Canetti beschrijft eenzelfde proces, namelijk het theater. In het theater worden wij als toeschouwer gebonden in de beperkte ruimte van stoelen en paden. Uiteindelijk kunnen we alleen maar onze mond en onze handen gebruiken. Hoe lastig dit is, was zichtbaar in Grand Gala du Kwek, waarin de beperkte beweegruimte en dus handelingsruimte van de bezoekers - het dansen en feestvieren aan banden legde. Dat dit soms ook echt nodig is, tonen de drama’s die in voetbalstadia hebben plaatsgevonden, waardoor daar nu niet alleen maar stoeltjes zijn, maar ook heel veel hekken om ten minste vier partijen van elkaar te scheiden, waarbij er twee openlijk met elkaar de strijd aan gaan.

Arendt plaatst geweld in het licht van macht, waarbij ik eerst even moet toelichten wat zij onder macht verstaat. Macht komt overeen met het menselijk vermogen niet slechts te handelen, maar in eensgezindheid te handelen. Macht is nooit de eigenschap van een individu; het behoort aan een groep, en blijft slechts bestaan zolang de groep bij elkaar blijft. En geweld ziet zij als middel. Er is gemeenschappelijke macht, waarbij mensen instemmen, maar die instemming kan ook via geweld worden afgedwongen. Het grootste geweld is volgens Arendt dus ook allen tegen één.

In het politieke gebruiken we - zeker in een democratie - het spreken, soms in de vorm van gemeenschappelijke nadenken, soms in de vorm van overtuigen, soms in de vorm overreding. Arendt denkt daar aldus over: "Overreding is niet het tegenovergestelde van heerschappij door geweld, het is er enkel een vorm van.” Arendt is voor de gemeenschappelijke macht, waarbij ieder deelneemt en weet wat er speelt. Er wordt wel gezegd dat in een oorlog het eerste slachtoffer de waarheid is, en dat is volgens Arendt ook een van de eerste gewelddadigheden omdat een ieder de kans ontnomen wordt om zelf te denken. Even een kleine kanttekening: waarheid is een bijzonder ingewikkeld iets, maar ik bedoel hier: dat wat het geval is, iets feitelijks, en dus niet een persoonlijke betekenis die iemand geeft aan dat wat het geval is of een persoonlijke mening van iemand of iemand dat goed, fout, juist, leuk of wat dan ook vindt noch welk wordt ervoor wordt gebruikt om dat wat het geval is te beschrijven.

Even terug naar het gewelddadige van de leugen: Met het verkondigen van een leugen (en dat betekent dat je weet dat je dat wat het geval is verzwijgt, ontkent, of negeert) ontneem je elke andere - en wellicht ook jezelf - om zich een beeld te vormen van dat wat het geval is en dus ook om daar een positie over in te nemen. De leugen is dus voor alles en iedereen gewelddadig.

Toch kan een samenleving niet zonder geweld, mensen houden zich nu eenmaal niet aan de gemaakte afspraken, en daar moet je als samenleving toch wat mee: zoals tijdelijke opsluiting in een daartoe erkende instelling. Maar ook de opsluiting van onze kinderen, wat we school noemen, achtteen we een correcte vorm van geweld, en ouders van kinderen die geen onderwijs volgen zijn strafbaar, omdat we vinden dat ze hun kinderen geweld aan doen als ze hun kinderen onderwijs onthouden. Dergelijk geweld is oké maar "Zodra je geweld gaat gebruiken voor politieke doeleinden, vernietig je de politiek ... alleen de staat moet het monopolie hebben op het legitieme gebruik van geweld" (pag. 134), zo schrijft Savator.

En dan zijn we weer terug bij Kant, wat als dat geweld van de staat onrechtvaardig is? Wat rest je dan? Arendt ziet een mogelijkheid in burgerlijke ongehoorzaamheid, de bekendste vorm hiervan is staken. En de manier waarop je dat vorm mag geven is in de wet vastgelegd en kan door een rechter getoetst worden. Maar wat als dat niet werkt en het onrecht te groot wordt… Wat rest ons dan?
Comments

het gevaar zit in het denken

De stelling van vanavond komt van Hannah Arendt. Zij schrijft in ‘de banaliteit van het kwaad’ dat het gevaar in het denken zit. Voor de persoon die deze stelling in brengt is het een opluchting, geeft het een gevoel van openbaring. De persoon die deze stelling inbrengt beschouwt Eichmann’s functioneren als een louter uitvoeren van de boekhouding. Eichmann dacht alleen maar en liet zijn gevoel in deze niet mee wegen. Ze ziet een zelfde tendens in de wetenschap en een rationele levenshouding die de wereld volledig objectiveren en het menselijk gevoel buiten beschouwing houden. Ten slotte betrekt ze het op mediteren, ook hier is het denken gevaarlijk. Ook in meditatie is het de bedoeling om het denken niet te activeren. Gedachten mogen weliswaar opkomen maar het denken mag ze niet ‘vastpakken’.

Na deze uitleg komen de eerste vragen, kanttekeningen op tafel. Er wordt om te beginnen een onderscheidt gemaakt tussen zelfstandig-denken en niet-zelfstandig-denken. Zou het zo kunnen zijn dat het gevaar van het denken van Eichmann besloten ligt in het feit dat hij niet zelfstandig denkt, dat hij kritiekloos de de gedachten van de mensen uit zijn omgeving overneemt. Zou het niet zo kunnen zijn dat Eichmann zijn eigen denken niet heeft willen horen. Als hij zelf had nagedacht dan was hij altijd tot een of andere vorm van geweten gekomen, dat zijn activiteiten tot onmenselijke praktijken leiden.

-------

JH: achterliggende gedachte hierbij is, dat een mens over een aangeboren ethisch kompas beschikt, een kompas waar hij weliswaar naar op zoek moet gaan, maar die wel in iedere mens aanwezig is. Het zelfstandig denken is dan het zelfonderzoek, zoals we dat bij Socrates tegenkomen.

-------

Deze gedachte van zelfstandig denken roept de vraag op naar het goede denken: wanneer denk je goed en wanneer denk je het goede? Is het niet zo, dat iedereen mens in de basis denkt dat hij juist denkt en goede gedachten heeft. Technisch goed denken - logisch redeneren is een algemeen aangenomen goede manier van denken. Overigens wil dit niet zeggen dat mensen logisch denken.

Is “jezelf vragen stellen” een centraal onderdeel van het ‘goede denken’?

Hoe kan het dat mensen in staat zijn om iets dat onethisch is, toch goed te vinden? Gesuggereerd wordt dat de denkkaders door de tijd heen enorm zijn verandert. Zaken die wij tegenwoordig onethisch vinden waren ooit aan de orde van de dag, zoals slavernij en een achtergestelde positie voor de vrouw. Ook in religieuze aangelegenheden is te zien dat ethische denkkaders veranderen. Gesteld wordt dat veel religies vandaag de dag oude ethische denkkaders hebben met betrekking tot seksualiteit, de rol van de vrouw, etcetera.

De vraag wordt gesteld of mensen in staat zijn om los van conventies te denken. Ethische kaders, sociale denkkaders zijn vormen van conventies, dat wat iedereen normaal en gewoon vindt. Gedachten die we meekrijgen via cultuur en opvoeding. Ook via opinie worden onze denkkaders gevormd. Veel denken lijkt zo bepaald te worden door de waan van de dag, zonder dat we stilstaan bij het proces of de inhoud.

Even definiëren: Wat is denken?

  • Misschien zijn er drie denk-processen te onderscheiden:
  • Het denken als het totale gedeelte aan gedachten die een mens heeft en die het uitgangspunt vormen van zijn oordelen en handelen.
  • Het proces van het denken, zoals het logische denken - het redeneren - waarbij de inhoud niet relevant is, maar er alleen maar gekeken wordt naar de juistheid van redeneringen.
  • Het denken als activiteit, waarbij een mens iedere vrijheid heeft om zich van alles voor te stellen, allerlei activiteiten te ondernemen, mogelijke oplossingen voor vraagstellingen te verzinnen, zonder dat hierbij een uiterlijke activiteit aan de dag wordt gelegd.

Welk denken is nu gevaarlijk?

Het lijkt erop dat in het concept ‘denken’ van Arendt het ethisch oordelen niet is opgenomen. Ze concludeert namelijk dat Eichmann voorafgaand aan zijn handelen zich niet heeft afgevraagd ‘wat zou ik ervan vinden als ik in die vrachtwagen terecht zou komen?’ Hij heeft zich niet geïdentificeerd met de ander, de ander die de consequenties van zijn handelen ondergaat. En mocht Eichmann dit wel gedaan hebben, dan heeft hij niets gedaan met zijn eigen gevoel van ‘dit zou ik niet willen’. Uit het verloop van het proces wordt duidelijk dat Eichmann getuige was van het vergassen van joodse mensen in vrachtwagens via de uitlaatgassen van die vrachtwagens. Hij vond dit zo’n afschuwelijk gezicht dat hij dit niet kon aanzien, hoe moest zijn gezicht afkeren. Eichmann heeft niets met deze ervaring en beleving gedaan.

------

JH: het ethisch oordelen van Arendt bestaat uit een tweetal operaties:

  • de verbeelding - het niet langer aanwezige of het nog niet aanwezige wordt in de verbeelding voor de geest gehaald
  • de operatie van reflectie - de verbeelde situatie wordt beoordeeld.
In de act van het keuren (beoordelen) speelt de census communis een rol, ze bepaald namelijk de mate van mededeelbaarheid. Verdriet bij dood kunnen we eenvoudig meedelen en hierbij ontstaat al gauw goedkeuring / instemming. Haat en nijd zijn veel minder medeelbaarheid. Het meedelen van een oordeel leidt zodoende altijd tot een gevoel van behagen of onbehagen mede afhankelijk van de census communis.

Was er in de verklaring van Eichmann sprake van een census communis die hem deed buigen naar dergelijk onethisch gedrag. Daar lijkt hij zich niet op te beroepen. Hij lijkt niet gehandeld te hebben vanuit lijfsbehoud, uit vrees niet te kunnen blijven, maar hij heeft gewoon niet geoordeeld over dat wat hij gezien heeft (verbeelding was niet eens nodig).

------

“ik ben bang voor het wetenschappelijk denken”
Het wetenschappelijk denken ontbeert het gevoel dat bepaalt of dat wat ‘bedacht en uitgevonden wordt’ wenselijk is. Wetenschap leidt tot goede en tot slechte dingen.

Hier wordt de gedachte naast geplaatst dat het er niet om gaat wie of wat er bedacht wordt, maar wel om wat een (individuele) mens ermee doet. Zo kun je buskruit gebruiken om vuurwerk te maken en hiermee mensen behagen, of om angst en verderf te zaaien en zo mensen te onderdrukken en angst in te boezemen. Niet het buskruit is een probleem, maar de mens die er niets onethisch mee doet.

Bacon beschrijft in zijn Atlantis de absolute a-moraliteit van wetenschap. De wetenschapper moet alle ruimte krijgen om te bevragen en om te onderzoeken, en alles moet onthouden en bewaard worden. Er moet echter een groep wijzen waken over de praktische toepasbaarheid en daarmee wat de mensheid ten goede komt. Benedictus beschrijft in zijn regels voor de kloosterorde een gelijk proces. De abt moet een groep wijze om zich heen verzamelen, die hem vrijelijk adviseren in zaken zodat de abt, pas na consult, een beslissing kan nemen en zo een wijs besluit kan nemen.

Maar wat is dan ‘een wijs besluit’?
“Zelfstandig denken is helemaal niet zo wijs, omdat het doorgaans leidt tot uitsluiting, tot een sociaal isolement.” Tenminste zo adviseert Spinoza een vriend, die graag een sociaal leven wil, wil trouwen en kinderen wil krijgen. Is de wijsheid van Spinoza die in de advies tot uitdrukking komt dezelfde wijsheid die Benedictus aan zijn wijzen vraagt?

Ligt wijsheid besloten in de intentie van de daad of in de intentie waarmee uitvindingen worden gedaan?

Andermaal wordt de vraag geopperd wat denken is; en dan specifiek waar bevindt zich het denken in het lichaam? Denken we met ons hoofd of met ons hele lichaam? Zintuigen leveren de input vanwaaruit het denken op gang komt. Maar er is ook een emotionele betrokkenheid, die ons denken beïnvloedt.

Andere vragen:

  • Kan opportunisme ook een succesvolle strategie zijn?
  • Geeft gelijkmoedigheid meer levensvreugde / kwaliteit van leven of leidt het tot vervlakking en daarmee minder passie en levensvreugde.
    • Kun je gelijkmoedigheid realiseren
    • Gelijkmoedigheid: constante gemoedstoestand, evenwichtigheid, harmonie, bedaardheid
  • Hoe in het nu te zijn?
  • Waarom mogen we een mug wel doden en een paard niet?

Comments

We plaatsen cookies, zo min mogelijk en geanonimiseerd.