Filos Verslag

Kierkegaard

Sint Valentijn - over liefde

Het is St. Valentijn, 14 februari. Hier in Nederland vergeten we doorgaans de Sint te vermelden als we naar deze dag verwijzen, waardoor het al gauw een louter commerciële lading lijkt te krijgen. Terwijl we op deze dag, St. Valentijn, een heilige eren. Is het wel één heilige? Zoveel is niet bekend over Valentijn die rond 270 na Christus leefde in Italië. Was hij een priester of een bisschop? Leefde hij in Rome of in Terni? Misschien wel allebei! Hij werd in ieder geval onthoofd. Is dat waarom we spreken dat iemand zijn hoofd verliest als hij/zij verliefd is? Ook gaat de overlevering dat hij een blind meisje wist te genezen; is de liefde blind? En dat hij een mismaakte man genas; in de liefde bestaat louter schoonheid!

Waarschijnlijk hebben we deze dag van de liefde te danken aan een nog oudere traditie: te weten een lentefeest. Deze dag verwijst dan naar het begin van het broedseizoen: vogels beginnen met paren. Deze dag werd dan wellicht aan St. Valentijn gekoppeld, hij kreeg de haan mee als symbool bij de afbeeldingen, symbool van promiscuïteit.

De liefde ... staat vandaag centraal

Laat ik maar eens te raden gaan bij Socrates, of wellicht de Socrates zoals deze door Plato is gecreëerd in zijn dialogen. Dan kun je je meteen afvragen of Plato werkelijk van Socrates hield, als hij hem kleurde en hem in zijn eigen dialogen naar zijn hand zette.

In het symposium laat hij Socrates verhalen over en vragen naar Eros: de begeerte, de liefde. Als Eros een verlangen is, veronderstelt dat dan dat je iets ontbeert? Immers, kun je verlangen naar iets wat je reeds bezit?
Maar als we een stapje verder zetten, zoals dat ook in het Symposium gebeurt, dan begint de filosofie met een verlangen naar het Schone, het Ware en het Goede. Op enig moment borrelt de vraag op wat het schone is. Als je mooie dingen ziet, dan vraag je je af waarom is dat mooi, waarin onderscheidt het mooie zich? En als je geconfronteerd wordt met vragen over de werkelijkheid, dan ontspruit de vraag, wat is waar? Hoe weet ik wat waar is, wat moet ik geloven? In dilemma's wil je vaak niets anders weten dan wat is het goede om te doen? En zo kom je tot een begeerte. Er ontstaat een verlangen naar inzicht en kennis over het Schone, het Ware en het Goede.

Toch zal menigeen bij St. Valentijn, op deze dag, niet een kaartje sturen naar het Schone, het Ware of het Goede. Hoewel... die eerste twee gebruiken we maar wat graag als termen voor de liefde van ons leven.

Laat ik mijn blik maar eens flink verruimen. Wij mensen hebben van alles lief: een sportclub, boeken, muziek, mensen en dieren en wellicht ook wel een auto. Lief-hebben in deze beschrijving wordt door Harry Frankfurt uitgelegd als een belangeloze bekommernis. Iets waarmee we ons kunnen identificeren en waarom we ons bekommeren; we willen dat het er goed mee gaat. Deze liefde motiveert ons handelen, het is iets waar ons hart naar uit gaat. Uiteindelijk is de liefde hét cruciale element in ons leven waardoor het leven betekenisvol wordt. En wat het mooie van deze idee van Frankfurt is: liefde maakt je vrij. Door de liefde weet je wat belangrijk voor je is, en dit maakt vrij. Als je weet waar je om geeft, pas dan ben je vrij. Waarbij die liefde zelf onvrijwillig is. Je kunt niet willekeurig kiezen wat of wie je liefhebt.

Zowel Frankfurt als Murduch hebben het erover dat liefde belangeloos is. Het gaat voorbij aan het eigen belang. Door andere filosofen, waaronder Kierkegaard, worden twee of zelfs meer vormen van liefde onderscheiden: eigenliefde en liefde voor de ander. Die tweede is voor Kierkegaard de naastenliefde.
In de eigenliefde gaat het eigenlijk om het eigen belang, om de aandacht voor het zelf, om de bevestiging van het zelf. De ander of het andere sterkt mij, waardoor ik van mijzelf kan houden. De ander geeft mij het gevoel dat ik besta. Het ik is belangrijker dan de ander. Er is dan dus geen sprake van belangeloosheid.
De liefde om de ander is veeleer simpelweg blij - of gelukkig zijn - omdat de ander bestaat. Volgens Murdoch is het soms - altijd? - nodig om goed te kijken naar die ander: je moet de werkelijkheid zien om wat ze is, zonder dat je daar zelf een belang bij hebt. Vaak willen we dat de werkelijkheid een bepaalde vorm heeft omdat we daar bijvoorbeeld voordeel uit kunnen halen. Echte liefde verdraagt geen zelfbedrog. En we bedriegen onszelf als we in de wereld dingen willen zien, in plaats van er louter naar kijken.

Nu ik toch iets tegenover de liefde heb geplaatst, wat kan ik daar nog meer tegenover plaatsen? Volgens menigeen is dat haat. Maar wat denk je van trots? Volgens mij vond ik deze bij Kierkegaard. In de trots vinden we onszelf belangrijker dan de ander, in de liefde vinden we de ander belangrijker dan onszelf. Om fouten toe te geven moet je je eigen trots laten varen, om oog te hebben voor de ander ook. Nussbaum plaatst de schaamte tegenover de liefde. Schaamte ontstaat omdat we beseffen dat we afhankelijk zijn. In de liefde toont zich die afhankelijkheid in al zijn kwetsbaarheid. En dat terwijl we voorafgaand aan de schaamte - en ook in de schaamte - dachten dat we niet afhankelijk waren.

Zo komen we weer dichter bij Eros uit, bij de begeerte. Ook de erotische liefde is een openstellen, een onvolledig zijn, waardoor het verlangen ontstaat naar iets wat belangrijk is.

Kun je zeggen, met Nussbaum en Kierkegaard in de hand, dat je als mens verder moet gaan in je liefde, dat je dus niet alleen jezelf moet liefhebben, maar je moet oefenen in naastenliefde, in een liefde voor iedere mens? Nussbaum schrijft over de verheffing van de liefde. Liefde krijgt dan een moreel karakter. Wie heeft 'recht' op je hulp en steun? Welke lijdende mens zie je als je gelijken? En in hoeverre is die ander zelf schuldig aan zijn/haar leed? Waarom veel geld besteden aan je eigen kinderen, maar niet aan de kinderen van een ander? Als je moet kiezen, wie red je dan een willekeurige passant of je geliefde? Kun je de moraal zo inrichten dat je handelt alsof iedereen je geliefde is? alsof elk kind je eigen kind is? alsof elke passant je geliefde is? Murdoch zegt van niet, maar ze concludeert ook, als je voor een dergelijke keuze geplaatst wordt dat hoe dan ook het gevoel van schuld zal ontstaan. Altijd blijft het knagen, waarom je niet die andere mens gered hebt.

Nussbaum zoekt het mededogen, als universeel principe en wil voorbij gaan aan de voorkeursliefde. Kierkegaard zoekt de naastenliefde, omdat we de ander maar wat graag als middel van onze eigen doelen en verlangens zien.

Aan wie geef jij vandaag een roos? Er lag er vanochtend eentje, stil en verlaten, op het bankje van het lege bushokje. Verlaten? Vergeten? Of bewust geplaatst voor hen die liefde verlangen en zoeken?
Comments

We plaatsen cookies, zo min mogelijk en geanonimiseerd.