Van samen denken word je wijzer

Democratie

Woede en macht

Deze maandagavond hebben we uit de volgende onderwerpen gekozen:

  • Heeft vakantie nieuwe ervaringen nodig?
    • Wat is vakantie?
    • Alain de Botton - de kunst van het reizen
  • Contrast arbeid en vrije tijd
  • Woede als machtsmiddel in het democratisch gesprek.
    • Woede als instrument versus gekanaliseerde woede.
  • Het basisinkomen
    • Filosofische aspecten
    • Is een basisinkomen rechtvaardig
    • Is een basisinkomen eerlijk
    • Wat zijn de consequenties voor de motivatie tot werk
  • Moet je ingrijpen bij onrecht?

De keuze voor deze avond viel op “woede als machtsmiddel in het democratische gesprek”.

Het lijkt erop dat woede mensen (menigten) steeds meer aandacht krijgen, maar zich misschien ook wel steeds agressiever uiten. Wat is er aan de hand? Zijn mensen tegenwoordig zo boos zijn, en voelen ze zich niet (meer) geremd in het uiten hiervan?

Om te beginnen lijkt het erop dat er een steeds lagere drempel is om boosheid te uiten. Via fora op internet, maar ook via sociale online netwerken is het uiten van boosheid bijzonder eenvoudig. Op een bepaalde manier is het ook heel vluchtig, de uitspraken verdwijnt dan wel niet letterlijk, maar ze verdwijnen wel in de grote hoop van berichten. Online is ook vaak sprake van eenzijdige netwerken. Groepen mensen die dezelfde mening zijn toegedaan versterken elkaar en mensen die de nuance zoeken worden al gauw uitgesloten. Woede lijkt zo niet te worden getemperd maar eerder gevoed. Bovendien is het heel makkelijk om de woede te uiten en als anderen de woede ondersteunen, dan treedt er bovendien nog een vorm van bevestiging van de eigen woede op.

Het is overigens best lastig om deze processen goed te doorgronden. Hoe goed kennen we die omgeving zelf eigenlijk?

Is de uiting van woede ook echt een uiting van boosheid en/of onvrede? Waarom reageren mensen zo heftig dat ze gewelddadig worden en/of lugubere taferelen ten toon spreiden? Er lijkt ook sprake van een zekere mate van grenzeloosheid. Ook valt het woord ‘beschaving’: boosheid kan ook op een beschaafde manier geuit worden.
Is het waar dat je woede en boosheid hoort te kanaliseren?
Misschien wordt er wel niet geluisterd naar gekanaliseerde boosheid?
Onze staatsinrichting met volksvertegenwoordigers zou ruimte moeten bieden aan het uiten van boosheid en onvrede. Is dat eigenlijk wel zo? Worden beschaafde woede uitingen wel gehoord?

Waarom is men boos?
Zou je kunnen zeggen dat we in een samenleving leven, waarin mensen een continue status van boosheid ervaren, zonder dat ze eigenlijk weten waarom ze boos zijn? Je kunt je zelfs afvragen of mensen zelf wel in de gaten hebben dat ze boos zijn. Leven we in een wereld waarin grote onvrede aanwezig is?
De vraag reist of de uitingen van boosheid jegens vluchtelingen die asiel zoeken wel daadwerkelijk op hen persoonlijk gericht is. De vraag wordt gesteld of er niet eerder sprake is van zondebokken of bliksemafleiders. Wanneer mensen zich bedreigd voelen in hun dagelijks bestaan, is het vaak niet duidelijk waar die bedreiging precies vandaan komt. Het gevoel bedreigd te worden, wordt dan omgezet in boosheid jegens iets concreets dat zich aandient.

We vragen ons ook wel af, of de gemeenschappelijke ruimte we goed is ingericht zodat burgers hun boosheid publiekelijk op een constructieve manier kunnen uiten. Misschien voelt de huidige inrichting wel een beetje als het invullen van een klachtenformulier en dat dan vervolgens zelf door de papiervernietiger halen. Het uiten van de woede is dan wellicht ook een uiting van onmacht in combinatie met een ‘gehoord willen worden’.

(on)rechtvaardigheid, (on)gelijkheid, (on)mondigheid
Is woede een resultante van een gevoel van onrechtvaardigheid en/of ongelijkheid waarbij bovendien een gevoel van onmondigheid ontstaat?
Zou het zo zijn, dat deze uitingen van woede ontstaan omdat mensen het gevoel hebbend dat ze niet gehoord worden, terwijl ze een gevoel hebben dat er sprake is van ongelijkheid en onrechtvaardigheid.
Draagt woede ertoe bij om gehoord te worden? Wordt er meer / eerder naar je geluisterd als je boos bent? We hebben toch wel sterk de neiging om dit, zeker op het persoonlijke vlak, negatief te beantwoorden. Maar politiek lijkt het er soms wel eens anders uit te zien.

Thymos
Peter Sloterdijk heeft een boek geschreven over woede. Hij constateert in dat boek dat Thymos systematisch uit de westerse samenleving is verbannen. In de klassieke oudheid was woede helemaal niet zo’n slechte drijfveer. Woede was nodig op het strijdveld, en trots was een deugd, waarbij je de persoonlijk eer diende te bewaken.

Is woede slecht? Woede heeft veel goede dingen in de geschiedenis te weeg gebracht. Ze lag aan de basis van heel wat revoluties. Toch zijn die revoluties, zeker als je er midden in zit, niet zo fijn, maar voor de menselijk bestaan kan het best goed zijn. Staan we aan het begin van een revolutie? Leven we in een revolutionaire tijd? Misschien is dat nu ook zo.

Toch maken we ons ook wel zorgen. Een woede uiting kenmerkt zich doorgaans door een verlies van redelijkheid, een verlies van geremdheid en een verlies van zelfcontrole. Kortom de woede uitbarsting lijkt vooral ongecontroleerd, waardoor meer schade ontstaat dan wenselijk is. Woede uitbarstingen hebben nog al eens vervelende bijwerkingen. “Woede, daar kun je een beetje raar van worden.”

Is het wel woede?
Nog niet zo lang geleden hadden we te maken met allerlei vormen van geweld, waarvan voetbalvandalisme er één was. Treinen bleven niet meer heel, steden leden onder de vernielzucht. Inmiddels horen we daar niet zo veel meer over. Er zijn nog wel wat kleine incidenten, maar nauwelijks tot geen uitingen meer van geweld, strijd en/of vandalisme. Zou je kunnen zeggen dat de woede-uitingen van deze tijd vergelijkbaar zijn met het vandalisme van toen? Is het gewoon een adrenaline kick waarbij de uiting belangrijker is dan de context of aanleiding? De Romeinen hadden het al over brood en spelen. Is onze wereld te geciviliseerd geworden dat het spel geen ruimte meer heeft. Het spel ten tijden van de Romeinen was duidelijk een uiting van geweld, van kracht. Misschien kent iedere samenleving wel zijn uitingen van ‘adrenaline’ waarin grenzen worden overschreden.
Velen van ons kennen nog de uitdrukking ‘het leger maakt een man van je’. Het zou een leerschool zijn van discipline en adrenaline en de omgang daarmee. Zou je kunnen zeggen dat het ontbreken hiervan leidt tot dit soort excessen?

Dit alles doet ons afvragen wat de grond is van de woede, of de woede terecht is, en wat precies de oorzaak is van het protest. Waarom zijn mensen boos, weten ze dat zelf, of is het een adrenaline-boost zonder een link met de werkelijkheid van alledag (ook al lijkt dat wel zo)?

Politieke besluiten zijn vaak complex en erg ondoorzichtig. Het gevoel benadeeld te worden is vaak heel helder. Een zondebok is doorgangs gauw gevonden. Ook al kan een zondebok heel goed werken, toch lijkt het politiek gezien geen wenselijke situatie. Het is echter ook moeilijk om politiek op een constructieve manier te luisteren naar de woede. Luisteren, gehoord worden, je gehoord voelen en je zin krijgen zijn allemaal verschillende aspecten van hetzelfde proces. Hoe weet je of dat helemaal goed gaat? En wat zijn de verwachtingen?

De democratie
Even terug naar die uiting van woede. Wat als er onvrede is, hoe moet je daar in een democratie mee om gaan? Een democratie is een vorm van besturen waarbij de meerderheid beslist waarbij rekening gehouden wordt met de minderheid. Het kan dus heel goed zijn, dat mensen het niet eens zijn met hoe het gaat en met de besluiten die er genomen zijn. In de democratie ligt ook weer besloten hoe je daarmee om kunt gaan, zelfs vormen van protest - de welbekende stakingen en protestacties - zijn daar deel van.
Als protestacties zo gewelddadig worden, dan loop je het risico dat de protesterende minderheid het democratisch proces om zeep helpt (de wens van de meerderheid, die rekening houdt met de minderheden). Als politici uit vrees voor geweld de betreffende groep hun zin geven is dat het einde van het democratisch proces.
Hierbij speelt ook iets anders mee. Tegen-zijn roept doorgaans meer emotie op dan eens-zijn. De tweede groep heeft helemaal geen nood aan geweld of een luidruchtige uiting van instemming. Het tegen-zijn klinkt dus altijd luider dan het er-mee-eens-zijn.

Nog een uitstapje naar Woede
Canetti schrijft over Massa en Macht. Hierin heeft woede een belangrijke plaatst. Een massa uit zijn woede omdat het haar macht wil vergroten. Een massa die woede toont, is iets heel anders dan een individu die zijn woede toont. Het individu kan zich overigens best heel boos voelen, wanneer hij met die massa zijn woede uit. De profilering van de massa is niet meer en niet minder dan die profilering, ze wil namelijk macht en die kan bijvoorbeeld ontstaan door vernietiging en geweld. Idealiter heeft een massa dan ook een andere massa waar het zich tegen af kan zetten en die idealiter geminimaliseerd wordt.
Girard ziet een soortgelijk fenomeen als mensen een zondebok zoeken. Ook dit is vaak geen groep/massa die de rol van zondebok krijgt, waardoor uiteindelijk twee groepen pontificaal tegenover elkaar komen te staan. Dit beeld is ook al zichtbaar bij politieke partijen. Het eigen bestaan wordt vorm gegeven door het anders zijn dan die andere politieke partij. De standpunten zelf, of de ideologie zijn helemaal niet zo belangrijk, als het maar anders is dan de rivaliserende politieke partij. Ook hier speelt boosheid en woede een rol. De ander doet zo’n domme dingen dat je er boos van wordt.

Is woede een opmaat tot revolutie?
Als woede dus zo’n onbestendige basis heeft, maar wel tot gerichte acties kan leiden, dan kan het ook het begin van een revolutie zijn. Zeker als de woede zich richt op een andere macht, of de bestaande macht omver wil werpen. De vraag is of het duidelijk is tegen wie de woede zich richt. Op dit moment neemt dit nog geen duidelijke vormen aan; het object waar de woede zich op richt is nu eens dit en dan eens dat.

toegift:
“We zijn voor onze relatie met het heden afhankelijk van ons beeld van de toekomst.”

vrij naar: Giovanni Borradori in gesprek met Habermas en Derrida

Wanneer we geen positief beeld hebben van onze toekomst, zoals dat bijvoorbeeld in de koude oorlog het geval is, en nu ook weer in deze tijd van terreur, dan zegt dat direct iets over onze relatie met het heden. Deze relatie is dan ook bedenkelijk, onzeker en onduidelijk. We weten dat ook in het heden niet meer wat we moeten doen en mogen verwachten.

Misschien is dat wel zichtbaar is alle boosheid en woede die deze dagen regelmatig de kop op steken. Deze uiten zich op allerlei manieren en naar aanleiding van heel wat verschillende oorzaken. Hierdoor lijkt het op een algeheel van onvrede, maar ook dat blijkt niet echt te kloppen.
Het terroristisch geweld maakt ons onzeker over de toekomst en dus weten we ook vandaag niet wat we van morgen mogen verwachten. Veel dingen zijn dan al gauw onzeker en potentieel bedreigend, niet omdat ze dat in zichzelf zijn, maar omdat ons beeld van de toekomst zo troebel is of zelfs gewoonweg een beeld vol met geweld en risico’s is.
Comments

Startkwalificaties om te kiezen

Is het stemrecht iets dat je zomaar krijgt, of veronderstelt het dat je aan minimale eisen voldoet?

Aan de basis van onze democratie ligt het stemrecht van iedere stemgerechtigde. Hoe dat in Nederland precies vorm krijgt is te lezen op de site van de overheid. Het kiesrecht ligt aan de basis van onze democratie: kiezen en gekozen (kunnen) worden.

De vraag van vanavond ‘democratie is dat een must?’ gaat primair over dit kiesrecht. Het kiesrecht stelt geen kennis-inhoudelijke, intellectuele en/of geestelijke voorwaarden. Ze stelt alleen eisen aan de leeftijd, staatsburgerschap en woon- en verblijfplaats. Wanneer we naar de landelijke en internationale problematiek kijken dan is deze alles behalve eenvoudig. Het kiesrecht betekent via vertegenwoordiging positie innemen in deze complexe materie. Dit roept verschillende vragen op:
  • Kun je zomaar vanuit het niets een standpunt/mening vormen en op basis daarvan kiezen of zijn kennis, verdieping en inzicht in de problematiek noodzakelijk?
  • Is het überhaupt wel mogelijk om als individu / leek voldoende kennis, verdieping en inzicht te verkrijgen om een uitgebalanceerde keuze te kunnen maken?
  • In welke mate mag persoonlijke onvrede een rol spelen in het komen tot een weloverwogen keuze?
  • Biedt het simpelweg aankruisen van een persoon (of in een referendum ja of nee) wel een voldoende ruimte aan een uitgebalanceerde keuze?

We willen ons in eerste instantie richten op die startkwalificaties. Onze lessen op de lagere en vooral middelbare school die betrekking hadden op o.a. politiek, staatsinrichting en zelfstandig denken moesten ertoe leiden dat we niet als een kip zonder kop een vakje aankruisten op een stemformulier. Zonder politiek voorschrijvend te zijn, deden onze docenten een poging om het politieke in ons wakker te maken. Hiermee nam ons onderwijs afscheid en deed ze afstand van het stemmen naar geboorte en leefgemeenschap waar je deel van uitmaakte. Kort gezegd ‘de pastoor zegt …’ En voor pastoor kan natuurlijk een andere ‘hoogwaardigheidsbekleder’ worden ingevuld. In zekere zin was onze wereld toen, lang niet zo complex als die van vandaag, toch? De politieke partijen deden zich in ieder geval voor als gebaseerd op politieke ideologieën. Ons huidige politieke stelsel is heel wat meer versnipperd, waarin ook ruimte is voor a-politieke stromingen (onafhankelijk van politiek-filosofische idealen zoals liberalisme, communisme, socialisme, etc.) die hun programma baseren op issues of gebeurtenissen. Tevens lijken in onze politiek personen en hun al dan niet aanwezige charisme een belangrijke rol te spelen, dat los lijkt te staan van inhoud.

Wanneer we kijken naar de startkwalificaties en dan met name kijken naar de kennis, verdieping en inzicht, dan komt de vraag boven drijven hoe we de nodige basiskennis kunnen verkrijgen. De journalistiek vormt hierbij onze belangrijkste bron. Zij - als derde macht - doet verslag van politieke debatten, gebeurtenissen in de wereld en probeert feiten boven water te krijgen en de feiten van de meningen te onderscheiden. We echter de indruk dat de media weliswaar het kaf van het koren scheidt, maar niet dat ze het koren toont, maar ons vooral kaf voorschotelt. Hierdoor is het bijzonder moeilijk om feiten van meningen te onderscheiden en een beeld te vormen van dat wat er echt toe doet.

Een belangrijk aspect van politiek en politieke keuzes betreft het afwegen van belangen. Hiertoe moet eerst duidelijk zijn, welke belangen er spelen, dus welke partijen betrokken zijn bij specifieke vraagstukken. Het is echter - voor een actieve burger - bijzonder moeilijk om deze partijen in beeld te krijgen. Ook is niet duidelijk hoe lobby en economische belangen een rol spelen in besluitvorming.

Kijkend naar de kern van de democratie, dan speelt participatie (door de burger) een belangrijke rol, waarbij de aandacht idealiter ligt bij zaken die sociaal-maatschappelijk relevant zijn. Kun je alleen maar meedoen op basis van de rede? Of is het ook mogelijk te participeren op basis van gevoel, emoties en/of geloof? Veronderstelt democratie een specifieke activiteit (vorm van participatie) van haar burgers of kan ze heel goed functioneren zonder dat? Dus puur op basis van het algemene kiesrecht, gebaseerd op het feit dat de burger een mens is, en daarmee gelijk aan alle andere burgers?

Misschien helpt het, om een ethisch-filosofisch-spel aan te gaan, door een utopie* te beschrijven. Een utopie is een vorm van klachtschrift, waarin via het schetsen van - in dit geval - een ideale democratische staat en de rol die de burgers hierin hebben, onszelf vrijheid van denken te geven. Uiteraard is dit natuurlijk een praktisch gedrocht, maar ze dient ook niet de democratische werkelijkheid, ze dient ons denken. Waarschijnlijk toont dezelfde utopie ons waarom we de betreffende situatie niet-wenselijk zullen vinden. Ze namelijk, zelfs wanneer ze democratisch is, wellicht dictatoriale trekjes krijgen. Maar laten we niet daarop vooruitlopen, laten we eens proberen te kijken hoe ons Utopische eiland eruit zou komen te zien.

We kunnen wel aan aantal aspecten noemen:
Stemmen op basis van scenario’s en niet op basis van mensen.
Ook zien we Bildung als een belangrijk aspect van de menselijk ontwikkeling.
In de samenleving dienen verschillende mensbeelden aanwezig te zijn.
De democratie dient in eerste instantie vorm te krijgen in relatief kleine districten, overzichtelijk en betrokken.
Maar we hebben ook wel wat ideeën betreffende de randvoorwaarden (die wellicht niet zo’n randverschijnsel zijn, omdat ze een grote invloed hebben op politieke besluiten) en dat heeft betrekking op de bedrijven. Deze dienen niet te groot te zijn, zodat de economische belangen niet bij een klein aantal bedrijven ligt en dan direct heel groot zijn, maar dat dit verdeeld is over velen en ieder dus een relatief veel kleiner belang heeft.

* Bekende filosofische utopieën zijn: Utopia van Thomas More, The New Atlantis van Francis Bacon, The City Of The Sun van Tomasso Campanella, The Fountainhead van Ayn Rand. De tegenhanger van de utopie is het klachtschrift. Een algemeen bekend klachtschrift is De Lof Der Zotheid van Erasmus.
Comments

We plaatsen cookies, zo min mogelijk en geanonimiseerd.