Van samen denken word je wijzer

Parolle - spreken of niet

Vorige maand spraken we over de film over Hannah Arendt, o.a. hoe zij een standpunt vertegenwoordigde dat één verkeerd werd uitgelegd en twee niet populair was. In de film was te zien, hoe een dierbare vriend / familie-lid haar letterlijk de rug toekeert.

Deze week had ik het genoegen om twee lezingen bij te wonen, eentje ging over ‘parolle’ en de ander over de rol van de vrouw in de radicalisering, maar ook in de vrije beleving van de Islam. Foucault heeft prachtige teksten geschreven over het spreken, waaronder ‘parresia’, die recentelijk opnieuw is uitgebracht. Wij leven in een land waarvan wordt gezegd dat we kunnen genieten van vrijheid van meningsuiting. En toch is dit wat mij bezig houdt, omdat het spreken helemaal niet zo vanzelfsprekend is.

In het licht van vrij spreken, wil ik ook graag even aandacht besteden - net als Hannah Arendt - aan autoritair leiderschap, totalitaire regimes, dictatoriale samenlevingen en fundamentalistisch gedachtengoed. Hoewel ze duidelijk niet hetzelfde zijn, hebben ze, wat mij betreft iets gemeen, namelijk, dat ze het anders denken en gedragen idealiter in de kiem smoren, dat relativering van het anders-zijn en denken niet bestaat, maar steevast als een bedreiging wordt gezien. Maar ook in heel wat gematigde omgevingen wordt het anders-zijn en het anders-denken niet met open armen ontvangen. Cornelis Verhoeven was pleitbezorger van de verwondering, omdat het ook anders kan, het opschorten van je eind-oordeel, omdat de wereld er wellicht anders uit ziet dan je denkt, en dat je de wereld de ruimte moet laten om zich te tonen.

En met al deze zaken in mijn achterhoofd kom ik tot een dilemma. Er zijn nogal wat gebeurtenissen in ons land, waarvan ik vind, dat ze niet door de beugel kunnen. Ik vertoef mij in grotere en kleinere groepen, waarin zo nu en dan autoritair leiderschap de kop op steekt. Soms druist de werkwijze in tegen mijn persoonlijke normen- en waardenpatroon, bijvoorbeeld wanneer iemand het vrije denken en/of het persoonlijk oordelen wordt ontnomen. Soms gaat het om kleine zaken, soms om meer cruciale zaken. Mijn dilemma gaat over het spreken, over het opkomen voor hen die de mond gesnoerd wordt, voor het tonen van dat wat niet lekker aan voelt, maar wat wel aanwezig is. Of moet ik niet spreken. Het spreken zorgt namelijk voor conflict, voor verstoring van de harmonie, voor het verliezen van mijn eigen plek. Spreken is niet zonder risico.

De vrouw die de ‘afvallige’ moslim-vrouw aanspreekt op haar afvalligheid en onkuise gedrag, spreekt ‘tegen’ de verdrukking in. Moet ik spreken en opkomen voor de vrouw die aangesproken wordt? Als in de katholieke kerk de leer belangrijker wordt dan mededogen en vergevingsgezindheid, moet ik dan spreken of moet ik mededogen tonen?

Daarbij is het wellicht eenvoudig om op te komen voor mijzelf, wanneer ik mij zelf in mijn vrijheid aangetast voel, maar het gaat wellicht nog veel meer over het opkomen voor de ander die monddood is gemaakt. Dan is het heel makkelijk om weg te kijken. Hoe minder ik mij met de ander kan identificeren, hoe makkelijker het is om weg te kijken. Er is veel kracht voor nodig om op te komen voor de onderdrukte waarmee ik mij niet identificeer, maar die net als ik gewoon mens is.
De andere kant van mijn dilemma ligt niet alleen in het (mogelijke) verliezs van mijn eigen leefruimte maar ook in mijn eigen onzekerheid betreffende het antwoord op de vraag of mijn handelen niet net zo zeer autoritair, fundamentalistisch of iets dergelijks is. Is mijn blik op de wereld wel zoveel meer waard dan de blik van de ander. Is mijn geloof in vrijheid van godsdienst wel meer waard, dan de overtuiging van de gelovige die in de ander een afvallige ziet? Zij bekommert zich ten minste om het zielenheil van de ander, ik vind dat ik daar niets mee te maken heb. Welke waarde weegt nu zwaarder? En wat is de waarde van mijn eigen levensruimte? En wanneer moet ik dus het woord nemen en spreken? en wanneer niet?
Comments

We plaatsen cookies, zo min mogelijk en geanonimiseerd.