filos

Sartre

Het citaat van Sartre

Het eerste geweld



De dan zevenenzestigjarige wereldberoemde schrijver, filosoof en activist Jean-Paul Sartre (1905-1080) reageert op vijftien oktober in de Franse radicaal-linkse krant La Cause du peuple op deze gebeurtenissen [1972 - olympisch spelen Palestijnse gijzeling van Israëlische sporters]:

Allen die de soevereiniteit van de staat Israël erkennen, en ook menen dat de Palestijnen om dezelfde redenen recht op soevereiniteit hebben en de Palestijnse kweet als iets fundamenteels beschouwen, moeten toegeven dat het beleid van de Israëlische regering letterlijk krankzinnig is en doelbewust alle mogelijke oplossingen van het probleem vermijdt. Daarom is het politiek beschouwd juist om te zeggen dat Israël en de Palestijnen in staat van oorlog verkeren. In deze oorlog is terrorisme het enige wapen tegen de Palestijnen. Het is een verschrikkelijk wapen, maar de arme onderdrukten hebben geen ander, en de Fransen die destijds het terrorisme van de FLN goedkeurden, moeten nu ook het Palestijnse terrorisme goedkeuren.

Sartres bemoeienis vind hier en daar bijval, maar veroorzaakt vooral verbijstering en ergernis. Hij keert zich niet zozeer tegen de stat Israël als zodanig, maar veeleer tegen de volgens hem alom heersende, kortzichtige en hypocriete burgerlijke opinie, die slechts ook heeft voor het kwaad van het terrorisme, en tegelijkertijd blind is voor de redenen van die terroristen tot hun wanhoopsdaden drijven.
Het terrorisme onthult de blinde vlek van de westerse cultuur die zichzelf - schurkend tegen de dijen van het Goede - zuiver acht. Terrorisme wordt geboren in het hart van deze blinde vlek. Een cultuur kan zichzelf slechts door uitsluiting zuiver en goed achten. Deze uitsluiting is het eerste geweld. Het eerste geweld komt niet van buiten: het wordt gekoesterd in een belevingswereld waar uitsluiting zich verschuilt achter termen als ‘soevereiniteit’ of ‘gelijkheid’. Maar dit zijn geen natuurlijke gegevenheden: er moet voor gestreden worden, en als de ene partij een militair overgewicht heeft, zal de andere, die van de sansculotten, het met hooivorken en stenen moeten doen. Daar begint het tweede geweld. Het Westen kent een lange traditie van beschaafd, gestroomlijnd geweld: een geweld dat zijn gruwelijke gezicht achter mooie woorden verbergt, geheel en al geïntegreerd in de westerse moraal. Sartre beschouwde het als zijn taak om deze kwaadaardige blinde vlek te onthullen. 

Uit: Ruud Welten (2006), Zinvol Geweld, Sartre, Camus en Merleau-Ponty over terreur en terrorisme. Uitgeverij Klement. (pag. 7 en 8)
Comments