filos

Jan Terlouw

Archetype

Zwarte piet, wiededewiet, ik hoor je wel maar ik zie je niet...

Een deuntje dat maar niet uit mijn hoofd wil, en natuurlijk gewoon omdat ik maar niet kan wachten totdat Sinterklaas weer in het land is. Dan mag ik mijn mooie Pietenpak weer aan en dan schmink ik mijn gezicht zwart, mijn lippen rood en heb een pruik op met lang kroeshaar, waar ik dan twee staartjes in maak. Jawel ik ben een vrouwtjes-piet, die overigens gewoon een broek aan heeft, en niet een leuk jurkje of rokje. Daarbij heb ik dan of sportschoenen of lakschoenen met een gesp aan. Nee, nooit leuke schoenen of laarsjes met hakken, laat staan naaldhakken. En hoewel er een heleboel vrouwelijke pietjes zijn, zien we er allemaal even mannelijk uit! Zwarte piet discrimineert de vrouw. Veel vrouwelijker dan mijn twee staartjes wordt het niet. Als het aan het sinterklaas feest ligt, zijn er geen vrouwen en domineert het man zijn. Voor de kinderen maakt het overigens niets uit. Evenveel jongens als meisjes vragen aan Sinterklaas wat ze moeten doen om zwarte piet te worden. Vragen die overigens gesteld worden door niet-zwarte kinderen. Kennelijk ziet ieder kind de mogelijkheid in zichzelf of zwarte piet te zijn. Ook als ze meisje zijn, en ook als ze een rode, gele, bruine of blanke huid hebben.

Kennelijk is zwarte piet, bovenal een archetype. En de mooiste verhalen die ik ken, waarin archetypen de hoofdrol spelen, zijn de verhalen van Olie B Bommel en Tom Poes. De enige ‘persoon’ als ik dat al zo kan noemen, die geen archetype is, is heer Bommel zelf. En juist omdat het om archetypen gaat kunnen wij als lezer zo van deze verhalen genieten. Het helpt namelijk om de dagelijkse praktijk te relativeren. Ook in de Donald Duck - het vrolijkste weekblad - komen we archetypen tegen, daar vaak verbasterd in de naam. Maar de naam of de gelijkende tekening kan ook door een kleine wijziging direct verwijzen naar personen in onze maatschappelijke omgeving. Zo kwam onze Bossche burgervader van de markt voorbij in de Donald Duck die geheel gewijd was aan Noord Brabant. En natuurlijk wordt het allemaal een beetje geridiculiseerd. En als je je via archetypen in de politiek wil verdiepen dan kan ik je de Koning van Katoren aanbevelen, van Jan Terlouw.

En gelukkig maar, we hoeven de verhalen van Maarten Toonder noch de verhalen van de Donald Duck serieus te nemen. Ze staan bovenal voor vertier en hebben geen opvoedkundige of maatschappelijke relevantie. Of misschien toch wel?

Bij Jung komen we ook archetypen tegen. Hij doet dit zonder te ridiculiseren, maar hij wil in zijn opdeling van mensen in archetypen inzicht krijgen in de mens en in zijn goede en minder goede functioneren. Jung heeft - mede door zijn aanpak - een ambivalente positie gekregen in twee absolute uitersten: van kwakzalver of morosoof tot groot denker of filosoof. Waarom is het denken in archetypen wetenschappelijk gezien zo moeilijk?

Kennelijk vinden we het denken in archetypen erg moeilijk.
Ik bevind mij nog al eens onder mensen, zelfs over de landsgrenzen heen en dan meestal onder vrouwen. Groepen van zo’n 15 tot 25 vrouwen sterk. En dat is precies genoeg om archetypen te herkennen. Ik kan dan rustig zo’n anderhalf uur rondkijken en dan is het eenvoudig om de paralellen te trekken. Deze archetypen zijn dan terug te voeren op uiterlijke kenmerken, die is het makkelijkste terug te vinden, maar bijvoorbeeld ook op manieren van denken, omgaan met conflicten, etc. Het is best vermakelijk om mensen zo in groepen te verdelen. Wanneer ik de vaardigheid had om dit in strips om te zetten, dan zou ik een aardig stripverhaal kunnen schrijven. En wellicht kun je dit ook wel omzetten in toneel of in cabaret. Ik denk dat menig van ons een goede avond zou hebben, maar wellicht zouden we er ons ook ongemakkelijk bij voelen. Want ook ik kan mijzelf indelen, binnen de archetypes die ik gebouwd heb. En vaak voelt dat laatste nu juist niet goed. Dan denk ik al gauw, maar met haar kan ik mij niet identificeren. Hoe meer ik de anderen onderverdeel, hoe meer ik zelf de neiging heb mijn eigen opdeling ongedaan te maken.

Wat is het wat ik niet wil herkennen of wil zien? Dat in de archetypen het individu verloren gaat? Dat een archetype wellicht kenmerken vangt, maar dat deze geen voorspellende waarde hebben of dat deze eigenschappen geen wet van meden en perzen zijn? Cornelis Verhoeven zet je aan om je oordeel op te schorten, om te zien hoe het ook anders kan. Maar misschien wil ik me wel niet laten vangen, ook niet in een archetype, of beter, juist niet in een archetype.

Wat is dat toch het archetype, dat we er zo’n haat liefde verhouding mee hebben Wellicht is het heel eenvoudig. Niet iedereen die lijkt is hetzelfde of toont zich op een wijze die in de archetype tot uitdrukking komt. Of misschien ook wel, maar is dat een eigenschap die we niet in onszelf willen herkennen of onder ogen willen zien. Het benadert worden op basis van groepskenmerken of archetypering betekent wellicht dat we ons miskent voelen, soms terecht en soms misschien ook niet. Het is in ieder geval heel pijnlijk wanneer we door iemand worden staande gehouden omdat we zwart zien! Of toch niet? Als het een kind is die vraagt om een pepernoot dan is dat niet zo erg, maar als het een agent is met de vraag of je je wil identificeren dan voelt dat toch heel anders.
Comments